Hoe word je waardig oud, als migrant in Nederland? Die vraag stond centraal in het participatie-fotografieproject ‘Bij ons thuis’, een initiatief van fotografen Karijn Kakebeeke en Karine Versluis, in samenwerking met de Picture Bridge Foundation. Het duo interviewde Haagse migrantenouderen, aan de hand van foto’s van vroeger en archiefbeeld uit hun thuisland. Een groep (klein)kinderen van migranten ging zelf op pad met een camera, om hun kijk op het leven in meerdere culturen en de zorg voor hun (groot)ouders vast te leggen. Op 24 februari 2018 opent de expositie Bij Ons Thuis in het Nutshuis. Het idee voor het project ontstond door Karine Versluis’ eigen oma, afkomstig uit Oekraïne. “Toen ze naar een verzorgingstehuis moest, woonde ze al meer dan zestig jaar in Nederland. Mij herkende ze op een gegeven moment niet meer, maar als ik het over de Russische dichter Poesjkin had, dan zei ze ‘Oh ja!’. Ook wist ze nog precies welke ingrediënten je nodig hebt om borjst te koken. Maar als er in
het verzorgingstehuis een cd met kinderliedjes werd opgezet, dan vond ze dat wel gezellig, maar het dééd haar niks. Dat kende ze niet, want zij groeide op in de voormalige Sovjet-Unie.”
Oudere niet-westerse migranten zijn een groeiende groep in de Nederlandse samenleving. In 2009 waren er volgens het CBS 70 duizend oudere migranten in Nederland; de verwachting is dat dit aantal zal stijgen naar ruim 520 duizend in 2050. Het merendeel daarvan zijn eerste generatie migranten, en dus ook de eerste generatie die in contact komt met ouderenzorg buiten de familiekring. “Dit is iets wat in veel andere culturen traditiegetrouw door familie wordt opgevangen”, aldus Karijn Kakebeeke, die behalve fotograaf ook cultureel antropoloog is. “Wij zijn dit project gestart omdat we benieuwd zijn naar de wensen en behoeftes van deze migranten. Hoe was het vroeger bij hen thuis? Hoe voegen zij zich als oudere in de Nederlandse samenleving? Hoe kijken hun kinderen en kleinkinderen hiernaar? Hoe zien zijn hun zorgplicht en hoe kijken ze naar het gebruik van de zorgverlening?”